Piñataland is geen alledaagse band. Zo hebben ze de vreemde gewoonte om obscure historische gebeurtenissen in hun teksten te verweven. Ook qua instrumentatie zijn de composities opvallend. De muziek verschuift van rock naar klezmer, van folk naar blues en van pop naar celtic, en dat soms meerdere malen binnen hetzelfde nummer. Bij tijd en wijle heeft de band veel weg van The Great Lakes Myth Society van de broers Monger, die ook een allegaar aan stijlen en instrumenten gebruiken in hun muziek.
De band is het geesteskind van songwriters Doug Stone en David Wechsler uit respectievelijk Brooklyn en Chicago. Op dit album wordt het tweetal bijgestaan door een keur aan gastmuzikanten. Zangeres Robin Aigner, drummer Bill Gerstel, violiste Deni Bonet, pedal steelspeler Gerald Menke en multi-instrumentalist en producer Ross Bonadonna. Dit geheel zorgt voor een bijna orkestrale muziekbelevenis. Tubaspelers Dave Hofstra en Dan Nosheny zorgen nog voor extra ondersteuning bij de Laurie Anderson-cover “Hiawatha”.
Zoals eerder genoemd staan de teksten van Stone en Wechsler vol met historische verwijzingen. Het album opent met een ouverture, het titelnummer “The Dreadful Night”. Een ode aan het pre-elektrische tijdperk toen mensen nog echt bang waren voor het donker. De muziek komt daarna direct tot een apotheose bij “Island of Godless Men”. Hier wordt het verhaal verteld van Jasper Danckarts, een Zeeuwse kuiper, die 1679 en 1680 samen met zijn vriend Pieter Sluiter een reis ondernam naar Amerika om daar de kolonie der Labadisten te stichten. Eenmaal in Brooklyn aangekomen schreef hij in zijn reisverslag over de goddeloosheid van de rokende en drinkende populatie aldaar. Verderop in het album komen nog veel meer historische figuren voorbij. Waaronder de Amerikaanse filosoof Thomas Paine (“An American Man”), de Amerikaanse koopman Silas Deane (“The Death of Silas Deane”) en de Franse filosofe Simone Weil (“Hungry Angel”). Het album eindigt met “Border Guard” waarin fraai verwoord wordt dat het onmogelijk is om je voorbereiden op de nieuwe dag en “Cemetery Mink” (letterlijk begraafplaatsnerts) met gesproken intro van jazzcriticus Stanley Crouch.
Dit album is een muzikale soms bombastische, soms verfijnde mix tussen The Decemberists, The Pogues en Gogol Bordello dat word bijeengehouden door een divers palet van historische gebeurtenissen. Direct bij de eerste luisterbeurt heeft het mijn aandacht weten te trekken en bij elke nieuwe luisterbeurt hoor ik weer nieuwe en verfrissende melodieën. Absoluut een band om in de gaten te houden.
Het album is te beluisteren en te bestellen via Bandcamp.
21 december 2011
Piñataland - Hymns for the Dreadful Night (2011)
12 november 2011
Dave Keener - The Easy Way (2011)
Kent u Dave Keener? Niet? Tot vorige week had ik ook nog nooit van de beste man gehoord. Totdat ik een aantal dagen geleden geheel onverwachts zijn debuutalbum in mijn brievenbus vond. Verwonderd door deze vorm van zelfpromotie besloot ik het album direct aan een luisterbeurt te onderwerpen. En ik moet zeggen dat dit vervroegde sinterklaascadeautje mij goed is bevallen.
Naast het album is mijnheer Keener ook zo vriendelijk geweest om een uitgeprinte biografie/press release toe te voegen. Hierin is te lezen dat hij al jaren actief is in de muziekindustrie. Eind jaren ’90 werkte hij samen met zijn broer Tom als Them Keener Boys. Specialisten in de humoristische anti-folk muziek. Op “The Easy Way” heeft Dave zijn grenzen verlegd. Hij klinkt nu als een volwassen muzikant. Albumopener “Walkin’ Around” zou zomaar een nummer van Elvis Costello kunnen zijn en ook de rustigere folky nummers zoals “Ask” en “Feels Like” liggen goed in het gehoor. Daar ligt ook enigszins het manco van dit album. Het album mist een bite, een scherp randje, maar ik wil een gegeven paard niet al te veel in de bek kijken. Al met al een degelijk debuutalbum met genoeg potentieel voor een veelbelovend vervolg.
04 mei 2011
Sammy Walker - Song for Patty (1975)
Een jonge vrouw met een machinegeweer siert de hoes van Sammy Walker's "Song for Patty". Op de achtergrond wordt ze omringd door een enorme vuurzee. Een hoes die zodoende veel vragen oproept. Wie is deze vrouw en waarom staat zij bewapend voor een grote brandhaard? De vrouw op de hoes is, zoals de titel van het album al doet vermoeden, Patty. Patricia Campbell (Patty) Hearst is de kleindochter van miljonair William Randolph Hearst. Op 4 februari 1974 werd zij door een kleine linkse groep, die zichzelf de Symbionese Liberation Army (SLA) noemde, uit haar appartement ontvoerd.Twee maanden later, op 15 april 1974, werd ze gefotografeerd terwijl ze samen met vier leden van de SLA de Hibernia bank op Sunset Avenue beroofde. Ze liet weten dat ze haar naam had veranderd in "Tania" (naar een medestrijdster van Che Guevara) en dat ze zich had aangesloten bij de SLA. Nadat er een arrestatiebevel tegen haar werd uitgevaardigd, werd ze samen met twee leden van de SLA in september 1975 gearresteerd. Zes andere oorspronkelijke SLA-leden werden gedood tijdens een belegering door een groep van 500 politieagenten. De politiemacht had het huis waarin de SLA-leden verschanst zaten in brand gezet in de hoop dat ze het zouden verlaten. Deze hele operatie werd rechtstreeks uitgezonden op de televisie. Hearst verklaarde later dat ze leed aan zware vorm van het Stockholmsyndroom.
In het 6 minuten durende titelnummer wordt het leven Patty Hearst van voor en tijdens haar SLA-tijd bezongen door de 22-jarige singer/songwriter Sammy Walker uit Norcross, Georgia. Walker's herkenbare stemgeluid zal een ieder doen denken aan de tien jaar oudere Bob Dylan. Zijn nasale zangstem en bijbehorende akoestisch gitaar lijken bijna een identieke kopie van Dylan. Ook qua songwriting liggen ze in elkaars verlengde. Walker heeft eveneens een voorkeur voor maatschappijkritische en politiek-sociale teksten. Zelfs qua uiterlijk vertonen de twee singer/songwriters overeenkomsten. Van de 12 songs op dit album komen er 10 van de hand van Walker. Daarnaast is er plaats voor twee covers "I Ain't Got No Home" (Woody Guthrie) en "Bound for Glory" (Phil Ochs). De maatschappijkritische teksten zijn naast het titelnummer duidelijk te horen op "The Ballad of Johnny Strozier". Strozier was een zwarte man die een 40 (!) jarige gevangenisstraf kreeg opgelegd naar aanleiding van een ongewapende overval op een winkel in Georgia. Maar Walker heeft ook zijn luchtige en komische kanten zoals te horen is in het nummer "Funny Farm Blues" waar hij weer klinkt als een andere groot singer/songwriter, John Prine. Walker is zeker geen productieve muzikant. Na 4 albums in de jaren '70 volgde enkel nog "Old Time Southern Dream" (1994) en "Misfit Scarecrow" (2008). Desondanks klinkt zijn latere werk nog even fris en bevlogen als zijn eerste composities uit de jaren '70.
31 maart 2010
Alexa Woodward
Alexa Woodward is met haar guitige wangen een dame om direct verliefd op te worden. Die verliefdheid wordt enkel nog meer versterkt wanneer haar zoetgevooisde stem uit mijn boxen schalt. Enkel gewapend met een banjo heeft deze New Yorkse schone onlangs haar eerste volwaardige album 'Speck" afgeleverd. Haar stem heeft ietwat weg van die van Alela Diane, maar ook het authentieke stemgeluid van Gillian Welch weerklinkt in haar nummers. De aankomende maand tourt ze met Annie Crane door Europa. Jammergenoeg wordt Nederland niet aangedaan.
04 maart 2010
Agnes Kain
Agnes Kain. Het lijkt de naam van een zangeres, maar in werkelijkheid is het een duo bestaande uit Chanelle Afford en Stefan Simunic. Dit van oorsprong Australische indie-pop/folk duo werkt al een aantal jaar samen en heeft een neus voor mooie melodieuze liedjes. Na de release van hun debuutalbum "Keep Walking or I'll Kill You" in 2007 verhuisde het paar naar Londen om daar te werken aan hun nieuwe album. Dit nieuwe album is gevuld met kleine liedjes zoals "Gideon" over alledaagse zaken.
13 februari 2010
The Living Sisters
Er heeft zich weer een nieuwe supergroep gevormd. Eleni Mandell, Inara George (The Bird and the Bee) en Becky Stark (Lavender Diamond) gaan tegenwoordig door het leven als The Living Sisters. Op 30 maart van dit jaar zal hun debuutalbum "Love to Live" in de schappen liggen. Het album is geproduceerd door Sheldon Gomberg (de vierde living sister). Mandell heeft inmiddels al 7 albums op haar naam staan die gekenmerkt worden door haar jazzy stemgeluid. George en Stark zijn nog niet zo lang actief maar hebben beide reeds hun sporen verdiend. Naast haar solowerk en haar albums met Greg Kurstin als The Bird and the Bee heeft George onder andere samengewerkt met Van Dyke Parks. Stark is ook te horen op het laatste album van The Decemberists "The Hazards of Love".
31 januari 2010
Sport en muziek
Sport en muziek, het is een niet veel voorkomende combinatie. Sporters die muziek luisteren ter voorbereiding van een wedstrijd zijn er natuurlijk legio. Maar muziek over sport? Daarvoor moeten we de archieven in.
Een mooi voorbeeld van een sportmuzikant is Chuck Brodsky. Brodsky is een groot honkbal fanaat en heeft diverse nummers over de sport geschreven waaronder "The Ballad of Eddie Klepp" (over de enige blanke speler in Negro Leagues van de jaren '40s), "Letters in the Dirt" (een eerbetoon aan Richie Allen) en "Lefty" (een eerbetoon aan zijn jeugdheld Steve Carlton). Al deze nummers zijn te vinden op zijn album "Baseball Ballads" uit 2002. Honkbal is sowieso een dankbaar onderwerp voor veel muzikanten. Zo bezongen onder andere Betty Bonney (1941) en Billy Bragg (2000, met tekst van Woody Guthrie) de honkbal grootheid Joe DiMaggio.
Maar het zijn niet altijd de helden die bezongen worden. Zeker ook de anti-helden en andere markante figuren komen dikwijls terug in diverse nummers. Zo vertelt Bob Dylan's "Hurrican" het verhaal van de boxer Rubin Carter. Dylan was blijkbaar een grote boksfan want ook "Who Killed Davey Moore?" handelt over een bokser. Ook andere artiesten wagen zich aan boksnummers. Zo nam Frankie Laine in de jaren '50 "The Kids Last Fight" op, een nummer over Kid McCoy (Norman Selby) een bokskampioen uit het begin van de 20e eeuw. Maar ook hedendaagse songwriters zoals Greg Trooper zijn niet vies van een sportsong.
Nog meer Engelstalige sportsongs; Dan Bern - Tiger Woods (golfer), Dropkick Murphys - Tessie (Red Sox, Amerikaanse honkbalclub), het intermezzo van "Paradise by the Dashboardlight", John Fogerty - Centerfield, The Brat - Chalk Dust (over de scheldkanonnades van John McEnroe) en Paul Kelly - Bradman (Sir Donald George Bradman, Australische cricketspeler).
Ook de Nederlandse sporthelden worden bezongen zoals het punkrock "Jeen van den Berg" (schaatser) van Pigmeat en "Jannes van der Wal" (dammer) van de Boegies. En uit vroegere tijden "Ard En Keessie" (Ard Schenk en Kees Verkerk) van Johnny Hoes & Het Heya Heya Koor, "Stille Willem" (Wim Janssen) van Spaan & Vermegen of "Heya Jan Bols" van De Specials.
En dan zijn er nog de sporters die zelf (proberen te) zingen. Bijvoorbeeld Erik Hulzebosch, Johan Cruyff en Shaquille O'Neal.
Stiekem is er blijkbaar toch nog best veel muziek over sport.
07 januari 2010
Jill Hennessy
Jill Hennessy is vooral bekend als dokter Jordan Cavanaugh in de NBC hitserie "Crossing Jordan". De serie was voor het eerst te zien op 24 september 2001 op de Amerikaanse televisie. In 2003 verscheen de soundtrack van de serie met een aantal gerenommeerde artiesten waaronder Alison Krauss, Richard Thompson, Lucinda Williams en de helaas kortgeleden overleden Vic Chesnutt. Ook Hennessy is met twee nummers vertegenwoordigd op deze soundtrack. Het door Tom Waits geschreven "You're Innocent When You Dream" en het Dylan-nummer "It's All over Now, Baby Blue". Afgelopen jaar verscheen haar eerste album genaamd "Ghost in My Head". Het album bevat vernuftige pop/rock songs ("Ghost in My Head") die naar verloop van tijd wel enigszins in elkaar verlengde komen te liggen. Maar desalniettemin een niet onaardig album Canadese actrice.
Als eerbetoon aan de actrice/zangeres nam de band Mollycuddle het nummer "The Ballad of Jill Hennessy" op (naar goed voorbeeld).
06 januari 2010
Lucy Wainwright Roche
In huize Wainwright was Lucy een regelrechte rebel. Ze maakte haar school af en had een normale baan als lerares. Maar na een paar jaar kroop het bloed waar het niet gaan kon. In april 2007 verscheen haar eerste EP simpelweg getiteld "8 Songs". De helft van de nummers op deze EP zijn eigen nummers. Daarnaast is er ruimte voor covers van Richard Shindell en Christine McVie (Fleetwood Mac) en een tweetal traditionals. Een jaar later verscheen de volgende EP "8 More" met onder andere Crash Test Dummies en Bruce Springsteen covers.
Om nog even de familiaire relaties in kaart te brengen; Lucy is de dochter van Loudon Wainwright III en Suzzy Roche. Suzzy vormt samen met haar zussen Terre en Maggie de folkgroep The Roches. Loudon is de broer van singer/songwriter Sloan Wainwright en was eerder getrouwd met Kate McGarrigle, die op haar beurt samen met haar zus Anna de The McGarrigle Sisters vormde. Loudon en Kate zijn de ouders van Rufus en Martha Wainwright (ook te zien in het filmpje van The McGarrigle Sisters te zien). Volgt u het nog een beetje?
Via haar blog kan je geld doneren om haar te helpen om de kosten van haar eerste volwaardige album te financieren. Een donatie van een schamele $ 30 levert je al een gesigneerd exemplaar op van het album en voor $ 2500 word je zelfs als executive producer genoemd. Het is dat ik wat krap bij kas ben, anders had ik graag $ 5000 gedoneerd voor een privé concert.
28 december 2009
Sara Pace
Waar en waarom ik het debuutalbum van Sara Pace destijds gekocht heb, weet ik jammer genoeg niet meer. Vermoedelijk stamt de aankoop nog uit de tijd dat ik zo af en toe wel eens wat albums bestelde bij het helaas gestopte Miles of Music (die blijkbaar niet zo netjes met hun distributeurs omgingen).
Pace had het geluk om in een gezin op te groeien waarin muziek een belangrijk onderdeel van de opvoeding vormde. Haar ouders hadden schappen vol platen en de kleine Sara las de tekstboekjes alsof het boeken waren. In haar tienerjaren kwam het besef dat ze meer wilde dan alleen naar muziek luisteren. Beïnvloed door haar drie oudere broers die allen instrumenten bespeelde begon ze op 14-jarige leeftijd met gitaarspelen. Korte tijd later begon ze ook haar eigen nummers te schrijven. In de late jaren '90 trad ze regelmatig op in Iowa waar ze het podium deelde met lokale artiesten als Bo Ramsey, David Zollo en Stuart Davis.
In 2002 verscheen haar, in eigen beheer uitgebrachte, debuutalbum "Self-Titled". En als ik haar huidige label mag geloven haalde het album de Top 20 Best Sellers lijst van Miles of Music in augustus 2003. Pace heeft een liefelijke stem en tezamen met haar simpele doch pure arrangementen resulteert dat in een ietwat aandoenlijk Midwestern folkalbum. Drie jaar later verscheen haar tweede en tot op heden laatste album "Simpatico". Pace wordt op dit album bijgestaan door een keur aan lokale muzikanten.
20 december 2009
Erin McKeown
Zoals vele beginnende singer/songwriters begon Erin McKeown in de jaren '90 met optredens in lokale clubs en coffeeshops. In 1995 deed ze mee aan een talentenjacht gehouden door de Songwriters' Association in Washington, DC waar ze eindigde als halve finalist. Met het vertrouwen dat ze daar uit haalde, richtte ze haar eigen label, TVP Records, op. Met behulp van bevriende muzikanten als Ben Demerath, Katryna Nields en Beth Amsel nam ze haar debuutalbum "Monday Morning Cold" op. Samen met Beth Amsel en Jess Klein en Rose Polenzani vormde ze The Voices on the Verge, een gelegenheids- formatie die in 2001 het album "Live in Philadelphia" uitbrachten waarop drie nummers van McKeown te horen zijn, waaronder het bluesy "Blackbirds". Na een een reeks mooie, maar onopgemerkte albums, waaronder het in 2007 verschenen "Sing Your Sinners" met vaudeville muziek die rechtstreeks uit de jaren '40 lijkt te komen, verscheen dit jaar haar nieuwste album "Hundreds of Lions".
19 december 2009
First Aid Kit
De meeste muziek uit Scandinavië heeft om de een of andere onverklaarbare reden iets extra's. Ook al is het indiepop, folk of pop de Scandinavische artiesten weten er altijd hun eigen draai aan te geven. Een van mijn nieuwste ontdekkingen uit het koude noorden is het duo First Aid Kit. Dit piepjonge bandje bestaat uit de Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg. De dames halen hun inspiratie onder andere uit de muziek van The Fleet Foxes en Joanna Newsom en hun folkie close harmony vocalen hebben veel weg van de laatstgenoemde. Al in de zomer 2007 genoot hun eerste single Tangerines enige airplay op de Zweedse radiostations. Hun eerste EP "Drunken Trees" verscheen een jaar later en werd in 2009 opnieuw uitgebracht door het Londense Wichita Records. Hun debuutalbum "The Big Black and the Blue" zal op 25 januari in de (Zweedse) winkels liggen.
14 december 2009
Alessi's Ark
Laura Marling is net goed en wel bekend en nu wordt Alessi Laurent-Marke (Alessi's Ark) al gebombardeerd tot de nieuwe Laura Marling. Alessi kreeg van haar moeder op jonge leeftijd een exemplaar van Graham Nash's "Songs For Beginners" waarmee haar muzikale belangstelling begon. Op 16-jarige leeftijd stopte ze - met goedkeuring van haar ouders - met school om zich volledig concentreren op haar muzikale carrière. Gelukkig kwam ze al snel in contact met Virgin die haar onmiddellijk contracteerde. Met behulp van Mike Mogis en Nate Walcott (twee leden van Bright Eyes) bracht ze in 2008 "The Horse EP" uit. En een paar maanden na de single "Over the Hill" verscheen haar debuutalbum "Notes from the Treehouse" in mei 2009.
10 december 2009
Simone White
In 2007 was de Hawaii geboren Simone White even wereldberoemd nadat haar "Beep Beep Song" gebruikt werd in een Audi commercial. Hoe vergankelijk bekendheid kan zijn is in het geval van White goed te merken. Anno 2009 is ze door velen alweer uit het oog verloren. Met haar dit jaar uitgebrachte album "Yakiimo" komt daar wellicht weer verandering in. "Yakiimo" gaat verder waar "I Am the Man" uit 2007 gestopt was. Lieve kleine popliedjes met spaarzame begeleiding.
En omdat het bijna kerstmis is: "Christmas Makes Me Blue"
08 december 2009
Harper Simon
Julian Lennon, Jakob Dylan, Ziggy Marley. Er zijn voldoende zonen van bekende zangers die proberen in hun vaders voetsporen proberen te treden. Aan dit rijtje kan sinds kort ook Harper Simon worden toegevoegd. Harper is de zoon van meervoudig Grammy-award winnaar Paul Simon en zijn eerste vrouw Peggy Harper. Op 12-jarige leeftijd speelde Harper als gitarist al mee tijdens zijn vaders Graceland tour. Na zijn studie aan de Berklee College of Music in Boston vertrok hij naar Londen alwaar hij speelde en schreef voor de band Menlo Park.
Dit jaar verscheen Harper's titelloze solodebuut. Op dit album wordt hij bijgestaan door een keur aan artiesten waaronder vader Paul Simon, Inara George (dochter van Little Feat's Lowell George), Charlie McCoy, Sean Lennon, Yuka Honda, Eleni Mandell en Joan Wasser (Joan as Police Woman). Inmiddels heeft hij ook al zijn opwachting gemaakt bij de populaire Amerikaanse talkshows van Jimmy Kimmel en David Letterman.
07 december 2009
Cindy Woolf
Hillbilly love-pop. Het is misschien een wat vreemde genreaanduiding, maar in het geval van Cindy Woolf is het erg treffend. Woolf werd geboren in North Little Rock en groeide op in Batesville, Arkansas. Al vanaf jonge leeftijd was muziek duidelijk aanwezig in haar leven. In de kerk, maar ook via haar vaders bluegrass platen. Op de middelbare school vormde ze met twee vriendinnen 3 Apples High, een punband die geen lang leven beschoren was. Eenmaal in college in Springfield, Missouri verschoof haar muzikale voorkeur naar bluegrass en singer/songwriter folk. Dit resulteerde in een wekelijks optreden in The Bar Next Door, een lokale pub. Hier kwam ze in contact met producer/gitarist Mark Bilyeu. In samenwerking met hem bracht ze in 2005 haar debuutalbum "Simple and Few" uit. Een album met 10 eigen nummers, waaronder "In the Attic", en een tweetal covers. In 2008 volgde het album "Before Daylight".
06 december 2009
Jan Smith - 29 Dances (2005)
Sinds de geboorte van haar zoon in maart 2008 besloot ze ze stoppen met touren. Nu vormt ze met haar man Jeff Vogelgesang, Jim Skelding, Mark Goldstein en Stuart Gunter The Honeybirds. Een band die veelal optreed bij huwelijken en andere feesten en partijen. Op de website van The Honeybirds zijn naast het werk van The Honeybirds zelf ook twee nummers van Jan Smith's "29 Dances" ("Half the Treasure" en ("James River") te downloaden.
21 november 2009
Gregory Alan Isakov - This Empty Northern Hemisphere (2009)
Isakov noemt zichzelf een folkartiest en wordt vergeleken met zijn voorbeelden Bruce Springsteen, Kelly Joe Phelps, Iron & Wine en Nick Drake. Zijn verstilde en kale nummers hebben bij tijd en wijle echter ook veel weg van artiesten zoals Belle and Sebastian of Bright Eyes. De muziek klinkt zoals de hoesfoto doet vermoeden; authentiek, kristalhelder maar toch erg intiem. De meeste nummers zijn erg minimaal en worden enkel aangevuld met subtiele strijker arrangementen. De albumtitel "This Empty Northern Hemisphere" ("Dit Lege Noordelijk Halfrond") is dan ook erg toepasselijk.
30 maart 2009
LiliAna Rose - Postage Stamp (2009)
Na de eerste paar noten is het al snel duidelijk waar LiliAna haar inspiratie vandaan haalt. Met haar kraakheldere stem en enkel begeleid door haar eigen gitaarspel lijkt ze zo weg te zijn gelopen uit het Greenwich Village van de jaren ’60. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel van haar YouTube opnames covers bevatten van Bob Dylan, Joan Baez, Phil Ochs, Simon & Garfunkel e.d. Deze invloeden zijn ook duidelijk terug te horen in haar eigen nummers. Want naast de vele, vele covers die ze ten gehore brengt zijn er ook een aantal eigen geschreven nummers te beluisteren.
LiliAna werd 24 jaar geleden geboren in de buitenwijken van New York. Vanaf haar jonge jaren was ze al omringd met muziek. Haar vader was postbode ("My poppa works for FedEx and he went to the US postman” - "Postage Stamp”) en haar moeder dichter. Ook haar grootvader was vaak te vinden in huize Rose waar hij met zijn accordeon veelal Italiaanse folkliedjes speelde. Toen LiliAna 8 jaar oud was ontdekte ze Bob Dylan’s "Blonde on Blonde” in haar vaders platenkast. Ze was direct gefascineerd door het prachtige taalgebruik. Tezamen met Joni Mitchell’s “Blue” en Neil Young's "Harvest” begon hier haar muzikale ontdekkingsreis.
Op haar eerste, in eigen beheer uitgebrachte, album staan een zevental nummers waaronder een herschreven versie van de uit 1913 stammende hymne “Brighten the Corner Where You Are”. Ook geeft ze het 70 jaar oude “You Are My Sunshine” een geheel nieuw gezicht. Door vele critici wordt ze al de nieuwe Joan Baez genoemd, maar bovenal is ze toch de eerste LiliAna Rose. Een aanrader voor een ieder die wel eens terugverlangt naar de folkmuziek uit de jaren ’60, maar ook niet bang is om een keer iets nieuws te proberen.
08 januari 2009
Alathea - What Light is All About (2003)
"What Light is All About" is de eerste nationale release van de band. Eerder al werden de albums "Just Falling" (1997) "The Rains" (1999) in kleine oplage uitgebracht. Dit betekent overigens niet dat de opnames van dit album sterk verschillen met hun vorige albums. Ook dit album is opgenomen in een kleine studio in Tennessee met behulp van vrijwel dezelfde studiomuzikanten. "What Light is All About" is het laatste album dat ze als trio hebben opgenomen. In 2005 verliet Carrie Theobald de groep en werd Alathea teruggebracht tot een duo. Een duo dat in 2007 het album "My Roots Grow Deeper" zou uitbrengen.
Zoals ik eerder al vermeldde is Alathea niet vies van een christelijke boodschap. Maar als je dat negeert blijft er een vrolijk bluegrass/folk album over in de stijl van Nickel Creek. Kristalheldere harmoniën, fiddle, banjo, mandoline, dobro. Al het goede uit de Appalachian Mountains.