29 november 2009

Dan Zanes


In een vorig leven was Dan Zanes de frontman van de 80's rockband The Del Fuego's. Samen met zijn broer gitarist Warren Zanes, bassist Tom Lloyd en drummer Steve Morrell genoot hij een zekere bekendheid en cult status aan de Amerikaanse oostkust. Hun vierde album "Smoking in the Fields" werd echter slecht door de criticasters ontvangen en werd qua verkoopcijfers ook een regelrechte flop. Dit betekende in 1990, een jaar na het uitkomen van het album, ook het eind van de groep. Vijf jaar later, in 1995, volgde Dan's solodebuut "Cool Down Time". Een degelijk album dat voortborduurde op zijn vroegere werk met The Del Fuego's.

Zijn eerste album op het label Festival Five Records "Rocket Ship Beach" vormde een drastische koerswijziging ten aanzien van zijn vroegere werk. De scheurende gitaren hadden plaats gemaakt voor kinderkoortjes en de rauwe uit het leven gegrepen nummers waren vervangen door lieve lullabys en vrolijke sing-a-longs. Zanes bleek zijn roeping gevonden te hebben en er volgende elk jaar wel een nieuw album. Zijn album "Catch That Train" ontving in 2007 een Grammy voor het beste kinderalbum. Op dit album werkte hij samen met het klassieke/avant-gardistische Kronos Quartet, The Blind Boys of Alabama en Wayne Rhoden (beter bekend als Father Goose). Een jaar later volgde het album "¡Nueva York!". Een album speciaal gericht op de Spaanstalige gemeenschap. Op dit album wordt hij bijgestaan door onder andere de Panamese actrice/zangeres Daphne Rubin-Vega, Latin jazzzangeres Lila Downs, de Mexicaanse rockers The Villa-Lobos Brothers en het Afro-Colombiaanse roots ensemble La Cumbiamba Eneyé. Het album bevat veel traditionals waaronder "Colás" een son jarocho uit Veracruz, Mexico. Inmiddels heeft Zanes een aardig imperium opgebouwd met vele cd's en dvd's en is hij een van de, zo niet dé populairste vertolker van "children's music of all ages".

28 november 2009

HoneyHoney


Suzanne Santo uit Strongsville Ohio & Ben Jaffe uit New York vormen het duo HoneyHoney. Ze omschrijven hun muziek als "Rocktastic" of "Freeky Deeky". Enig gevoel voor humor kan ze niet ontzegd worden. Zo sluiten ze hun biografie af met "We hope that this been informative and useful, and if you buy / illegally download one album this year, let it be ours." En dat album is hun debuutalbum "First Rodeo" wat 4 november is uitgebracht. Op het album staan 4 nummers van de EP "Loose Boots" waaronder "Little Toy Gun" en 7 nieuwe nummers.

21 november 2009

Gregory Alan Isakov - This Empty Northern Hemisphere (2009)


Vreemd genoeg heeft het vier albums moeten duren voordat ik in contact kwam met deze geboren Zuid-Afrikaan die opgroeide in Philadelphia. Net zoals de vorige drie is ook dit album in eigen beheer en op diverse locaties opgenomen. Isakov wordt bijgestaan door zijn band The Freight: Jen Gilleran (drums), Jeb Bows (viool) en Phil Parker (cello). Zelf speelt Isakov gitaar, banjo, piano en harmonica. Zangeres Brandi Carlile neemt op vijf nummers de achtergrondvocalen voor haar rekening. Alle nummers zijn door Isakov zelf geschreven, met uitzondering van Leonard Cohen's "One of Us Cannot Be Wrong" een duet tussen Isakov en Carlile.

Isakov noemt zichzelf een folkartiest en wordt vergeleken met zijn voorbeelden Bruce Springsteen, Kelly Joe Phelps, Iron & Wine en Nick Drake. Zijn verstilde en kale nummers hebben bij tijd en wijle echter ook veel weg van artiesten zoals Belle and Sebastian of Bright Eyes. De muziek klinkt zoals de hoesfoto doet vermoeden; authentiek, kristalhelder maar toch erg intiem. De meeste nummers zijn erg minimaal en worden enkel aangevuld met subtiele strijker arrangementen. De albumtitel "This Empty Northern Hemisphere" ("Dit Lege Noordelijk Halfrond") is dan ook erg toepasselijk.

26 juli 2009

Anna Marly - La Complainte du Partisan (1943)


Geluidsfragment

Marly was een geboren Russische (Anna Yurievna Betulinskaya) wiens familie in het begin van de twintigste eeuw naar Finland vluchtte en zich uiteindelijk vestigde in Frankrijk. In haar jeugdjaren trad ze op als balletdanseres in Monte Carlo en in latere dagen trad ze met haar eigen cabaretshows op in de Parijse clubs. Het was ook daar dat ze haar naam veranderende in Marly, een naam die ze volgens de overlevering uit het telefoonboek haalde. Haar verfransde naam Betoulinsky was klaarblijkelijk te moeilijk uit te spreken voor de Fransozen.

In het najaar van 1940 vluchtte Marly samen met haar Nederlandse man naar Londen waar zij in contact kwam met de Free French Rebels. Emmanuel d'Astier, een prominent figuur in het verzet, hoorde bij zijn bezoek aan Londen in 1943 Marly "Chant des Partisan" in het Russisch zingen. Hij verzocht de schrijvers Joseph Kessel en Maurice Druon, met wie hij samen reisde, om het nummer te vertalen naar het Frans. Het waren dan ook Kessel en Druon die het nummer beschouwden als hun eigen creatie. Pas enkele jaren later kreeg Marly de erkenning die ze verdiende voor het schrijven van het originele (Russische) nummer. Tegen het einde van de oorlog voegde ze zich bij de Entertainments National Service Association, waarmee ze door Europa trok om op te treden voor de geallieerde troepen. Kort na de oorlog scheidde ze van haar man en trouwde ze een mede Russische vluchteling. Ze vestigden zich in eerste instantie in Zuid-Amerika waarna ze zich definitief vestigden in Lazy Mountain, Alaska. Marly overleed op 15 februari 2006 op 88-jarige leeftijd.

"La Complainte du Partisan" werd in 1964 door Marly voor de eerste maal op plaat gezet. In 1969 vertaalde Leonard Cohen het nummer naar het Engels. "The Partisan" komt terecht op zijn bejubelde album "Songs from a Room". Het, door een vrouw gezongen, Franse gedeelte van het nummer ("J'ai changé cent fois de nom...") komt rechtstreeks van de versie van Anna Marly. Deze Engelse versie werd later weer gecoverd door onder andere Joan Baez en Buffy Sainte-Marie. In 1970 herschreef Herman van Veen het nummer in het Nederlands tot "De Vluchteling".

15 juni 2009

The Paragons - The Tide is High (1966)



De grote doorbraak van The Paragons vond plaats nadat Leroy Stamp in 1964 werd vervangen door John Holt. Twee jaar later werd "The Tide is High" opgenomen. Het nummer kwam in eerste instantie uit als b-kant van "Only a Smile". In tegenstelling tot andere Jamaicaanse reggae bands verwerkte The Paragons veel doo wop elementen in hun muziek. Tevens waren hun arrangementen verwant aan Amerikaanse soulbands zoals The Four Tops en The Miracles. Een aantal jaar later zorgde interne ruzies (over het uitblijven van inkomsten na een tiental nummer 1 noteringen in Jamaica) tot een vroegtijdig einde van de band. Frontman John Holt had daarna nog succesvolle solocarrière, met name in Jamaica en Groot-Brittannië.

In 1980 wordt het nummer opgepakt door Blondie die de reggae oorsprong van het nummer nog enigszins intact houden. De versie van Atomic Kitten zorgt zelfs nog voor een nummer 1 hit in Groot-Brittannië.

01 juni 2009

Solomon Linda's Evening Birds - Mbube (1939)



Solomon Popoli Linda werd geboren omstreeks 1909 in de buurt van de Zulu plaats Pomeroy. In 1931 trok hij naar Johannesburg tezamen met vele andere jonge Zuid-Afrikanen, alwaar hij kwam te werken bij zijn ooms meubelmakerij. Daar begon hij in het koor the Evening Birds. Toen deze groep in 1933 uiteenviel startte Linda een nieuw koor waarin de oude bandnaam behouden bleef. Linda's muzikale populariteit groeide snel, mede door hun aparte verschijning; "a very cool urban act that wears pinstriped suits, bowler hats and dandy two-tone shoes." In 1939 nam hij met zijn nieuwe Evening Birds "Mbube" op wat een instant hit werd in Zuid-Afrika. In 1949 waren al 100,000 exemplaren van de single verkocht.

Linda heeft jammerlijk weinig van zijn "Mbube" succes mogen genieten. Direct na de opname verkocht hij de rechten van het nummer aan de Gallo Record Company voor 10 shilling (€ 1). Hij overleed dan ook in absolute armoede aan nierfalen in 1962. Pas na zijn dood werd zijn naam in ere hersteld en gingen de rechten van "Mbube" weer over naar Linda's familie.

"Mbube" werd via Alan Lomax opgepakt door Pete Seeger die het nummer in 1952 met zijn Weavers omdoopte tot "Wimoweh". In 1961 werd het nummer verder "verwestert" door The Tokens met hun "The Lion Sleeps Tonight". In deze versie gaat het over een leeuw in de jungle. Echter in heel Zuid-Afrika is geen jungle te vinden. In de jaren '80 werd de versie van The Tokens nog eens dunnetjes overgedaan door Tight Fit. Zelfs André van Duin gebruikte de melodie van "Mbube" voor zijn "Boutje, Moertje, Schroefje, Nippeltje".

31 mei 2009

Dykes Magic City Trio - Cotton Eyed Joe (1927)



De stringband Dykes Magic City Trio bestond uit John Dykes, Myrtle Vermillion en Hubert Mahaffey. Het ietwat vreemde “Magic City” slaat op de stad Kingstown, Tennessee. In maart 1927 trokken ze naar New York om daar 14 nummers op te nemen voor de Brunswick-Vocalion Company. In hetzelfde jaar trok The Carter Family naar Tennessee om daar hun eerste album op te nemen. John Dykes bespeelde de fiddle, Hubert “Hub” Mahaffey speelde gitaar en zong en Myrtle Vermillion – een gitarist en banjo-speler – speelde autoharp in de band. In dat opzicht hadden zij ook veel weg van de Carter Family. Niet zo verwonderlijk aangezien Vermillion een volle nicht was van Sara Carter. De “Cotton Eyed Joe” versie van Dykes Magic City Trio is barn dance song waarin de dansers zo af en toe worden aangespoord door Mahaffey. Veel van hun nummers waren barn dance songs doch ze namen ook enkele murderballads (“Frankie”, “Poor Helen Smith”) en een tweetal religieuze nummers.

In 1994 werd deze traditional nieuw leven ingeblazen door de Zweedse country-techno formatie Rednex.