09 oktober 2010

L-FM (5 oktober 2010)


Het thema deze keer was treinen. All aboard!

The Delmore Brothers - Freight Train Boogie; Henry "Ragtime Texas" Thomas - Railroadin' Some; Brendan Boykin with The Johnny Nocturne Band - Boogie Woogie Choo Choo Train; Terry Allen - New Dehli Freight Train; Johnny Cash - Folsom Prison Blues; Josh Turner - Long Black Train; George Davis - Sixteen Tons; Bruce Springsteen - John Henry; Nanci Griffith - Southbound Train; Mick Moloney - Paddy on the Railway; Roy Acuff - Wabash Cannonball; Utah Phillips - Daddy What's a Train; New Riders of the Purple Sage - Glendale Train; Hugh Moffatt - Slow Moving Freight Train; Gordon Lightfoot - Steel Rail Blues; Guy Clark - Texas 1947; Pete Seeger - Midnight Special

Fred Eaglesmith - 49 Ton; Lonnie Donegan - Shorty George; Hank Snow - The Wreck of the Old 97; Woody Guthrie & Cisco Houston - John Henry; Walt Robertson - Railroad Bill; Rosalie Sorrels - Way Out in Idaho; The Pogues - Poor Paddy; Lisa Loeb & Elizabeth Mitchell - Little Red Caboose; Laurie Berkner - I've Been Working on the Railroad; Leadbelly - Rock Island Line; Elizabeth Cotton - Freight Train; Arlo Guthrie - City of New Orleans; Cisco Houston - Drill, Ye Tarriers, Drill; The Nitty Gritty Dirt Band - Cannonball Rag; Jimmie Rodgers - The Brakeman’s Blues; Del McCoury - All Aboard


07 oktober 2010

Barbecue Bob - The Essential Barbecue Bob (2001)


In het begin van de vorige eeuw werden zwarte muzikante dikwijls vernoemd naar hun uiterlijke kenmerken; Blind Willie McTell, Peg Leg Sam of Barbecue Bob. Bob's werkelijke naam was Robert Hicks, een blueszanger uit Georgia. Hicks werkte als kok in Tidwell's Barbecue Place, een restaurant in het noorden van Atlanta toen hij ontdekt werd door Dan Hornsby, een talentscout van Columbia Records. De maatschappij besloot Hicks' baan te gebruiken als gimmick en gaf hem zodoende de naam Barbecue Bob. Ook op publiciteitsfoto's was hij in kokskleding te zien zoals te zien is op een van de twee nog overgebleven foto's.

Hicks werd geboren op 11 september 1902 in Walnut Grove. Samen met zijn ouders en broer, Charley "Lincoln" Hicks, verhuisde hij op jonge leeftijd naar Newton County. Daar kwam hij in contact met Savannah "Dip" Weaver aan haar zoon Curley. Tezamen met de Weavers leerde de gebroeders Hicks gitaar spelen en vormde ze hun eigen muziekgroep. In 1922 voegde country blues harmonicaspeler Eddie Mapp zich ook bij de groep. Gedurende een aantal jaren in de vroege tot midden-jaren '20 speelde deze groep op feesten en dancings in en rondom Atlanta. Robert Hicks was het eerste lid van de groep die commercieel succes genoot nadat hij onder contract kwam te staan van Columbia Records. Tussen 1927 en 1930 nam hij in totaal 65 nummers op waarvan het merendeel op dit verzamelalbum te horen is. Praktisch alle nummers zijn opgenomen in Atlanta, met uitzondering van een korte opnamesessie (15 en 16 juni 1927) in New York. In december 1930 nam hij als lid van the Georgia Cotton Pickers (met onder meer Curley Weaver) verschillende nummers op. Het zouden zijn laatste opnames zijn. Hij stierf in 1931 op 29-jarige leeftijd aan de gevolgen van een combinatie van tuberculose en longontsteking, veroorzaakt door influenza. Eerder dat jaar was ook zijn vrouw aan een longontsteking bezweken.

Barbecue Bob is van grote invloed geweest op de latere Atlanta-bluesmuzikanten als Blind Willie McTell, Buddy Moss en Curley Weaver. Hij speelde op zijn opnames een 12-snarige Stella gitaar, maar hij kon evengoed overweg met een zes-snarige gitaar. Ook maakte hij al gebruik van een aantal bottleneck slide technieken. Een song van Hicks, "Motherless Child Blues", verscheen in 1974 op het album "461 Ocean Boulevard" van Eric Clapton.

12 september 2010

L-FM (7 september 2010)


De vakantiepret is over. Het radioseizoen is weer begonnen. Mijn nummers komen allemaal van Nederlandse artiesten. De nummers van Ton zijn willekeurig gekozen.

Willie Nelson - On the Road Again; Allez Mama - Weet Je Nog Waar Je Was; John Mellencamp - Do-Re-Mi; Ygdrassil - One Morning in the Springtime; Johnsmith - On that Mainline; John Dear Mowing Club – Lover; Brad Paisley - Farther Along; Blue Grass Boogiemen - The Lovin' Machine; Old Crow Medicine Show - The Greatest Hustler of All; Born in a Barn - Romeo & Julliet; Van Morrison - Once a Day; Aggieland - Working Wonders; Ry Cooder - Strike!

Daniel Lohues - Nooit Stoppen Met Probeern; Jimmy - Early Morning Rain; Polgate - Broken Heart & Hammering Rain; The Wailin’ Jenny’s - Bold Riley; The Very Girls - The Blue Zone; Those Darlins - Cannonball Blues; Powderblue - Upstairs, Downstairs; Kendel Carson - One Blue Dress on the Line; Chitlin' Fooks - The Battle; Mark Knopfler & Chet Atkins - The Next Time I'm in Town; BJ Baartmans - Sally Tonight; Blaze Foley - Clay Pigeons; JW Roy - There Are You; Rosanne Cash - Sea of Heartbreak


31 augustus 2010

Frank Hutchison - Complete Recorded Works Volume 1 (1997)


Elvis Presley wordt meestal gezien als de eerste blanke artiest die het aandurfde om elementen uit de zwarte muziek in zijn composities te gebruiken. Maar niets is minder waar. Halverwege de jaren '20 was het de uit West Virginia afkomtige mijnwerker Frank Hutchison die als eerste blanke bluesartiest zijn "zwarte" muziek opnam. Tussen 1926 en 1929 nam hij in totaal 44 nummer op voor Okeh Records waarvan er een negental niet zijn uitgebracht. Hutchison maakte in die jaren al gebruik van slidetechnieken. Een manier van gitaarspelen die hij omstreeks 1905 had geleerd van de zwarte gitarist Henry Vaughn. Deze techniek, die pas in 1923 voor de eerste maal (op plaat) werd gebruikt, begon in de late jaren '20 en begin jaren '30 aan populariteit te winnen. Vooral onder zwarte gospel/blues zangers als Blind Willie McTell, Mississippi Fred McDowell, Son House en Robert Johnson. Bij gebrek aan andere hulpmiddelen gebruikte Hutchison bij zijn eerste opnames een zakmes als slide.

De nummers op dit album zijn - zoals veel voorkomend bij Document Records - geplaatst in chonologische volgorde. De opnames zijn in 4 sessies opgenomen, éénmaal in 1926, tweemaal in 1927 en éénmaal in 1928. De geluidskwaliteit van de opnames is verbluffend helder. Enkel bij de eerst takes van "Worried Blues" en "The Train That Carried the Girl From Town" is duidelijk te horen dat dit opnames van ruim 80 (!) jaar oud zijn. Hutchison nam - zoals A.P. Cater dat ook deed - veel nummers op die hij had overgenomen van zwarte artiesten. Zo leerde hij onder andere "Worried Blues" van de zwarte steelgitarist, Bill Hunt, die zelf geen opnamen naliet.

Enkele jaren na zijn laatste opnamen in 1929 verliet Hutchison de kolenmijnen van Logan County. Samen met zijn vrouw exploiteerde hij daarna een supermarkt en postkantoor in Lake, West Virginia. Maar hij verloor alles, inclusief zijn wonig boven de winkel, toen het complete pand in april 1942 afbrandde. Na verluid was hij zo ontdaan door deze gebeurtenis dat dit resulteerde in een alcoholverslaving. Korte tijd later keerde hij weer terug naar Ohio en werkte daar als entertainer op een rivierboot op de Ohio-rivier. Hij stierf in 1945 in Dayton aan de gevolgen van leverkanker.

28 juli 2010

Barbara Dane - Barbara Dane and the Chambers Brothers (1966)


Aan de vooravond van de Great Depression en in de nasleep van de ergste rassenrellen uit de Amerikaanse geschiedenis trokken de ouders van Barbara Dane in de jaren '20 van Arkansas naar Detroit, Michigan. Op 12 mei 1927 werd Barbara Dane daar geboren als Barbara Jean Spillman. Als kind zong en speelde ze piano op zondagsschool. Medio jaren '40 begon ze zich te interesseren voor burgerrechten en de feministische beweging. In 1949 verhuisde ze naar San Francisco alwaar ze begon op te treden met folk- en jazzsongs. Ze werkte samen met onder andere Pete Seeger, Kid Ory, George Lewis en Turk Murphy, trad op op diverse festivals en had zelfs een eigen tv-programma.

In 1966 ondernam Dane een opmerkelijke stap door een album op te nemen met de soulgroep The Chamber Brothers, die 3 jaar later nog een bescheiden hit scoorden met "Time Has Come Today". Het resultaat is een wonderlijke samensmelting van de folk-blues van Dane en de bluesy soul van The Chamber Brothers. Het album trapt af met "It Isn't Nice" en "You've Got to Reap What You Sow". Beide nummers zijn diep geworteld in de burgerrechtenbeweging en zijn tekstueel nog even sterk als 45 jaar geleden. Daarna volgt een cover van de in 1966 overleden singer/songwriter Richard Fariña; "Pack Up Your Sorrows". Het tweede deel van het album bevat bevat vooral negro spirituals waarop de samenzang van The Chamber Brothers geheel tot zijn recht komt met nummers als "Come By Here" ("Kumbaya"), "Freedom is a Constant Sorrow" en "Go Tell It on the Mountain".

14 juli 2010

L-FM (13 juli 2010)


Weer een nieuwe radio-uitzending. Nummers over plaatsen was ditmaal het thema.

Alabama - Song of the South; Larkin Poe – Fairbanks, Alaska; Fats Domino – Walking to New Orleans; Trampled by Turtles – New Orleans; Chip Taylor & Carrie Rodriguez - Let’s Leave This Town; Teri Joyce – Austin, Texas, USA; Buddy Miller – That’s How I Got to Memphis; Raina Rose – Nashville; Caroline Herring - Colorado Woman; .357 String Band – Milwaukee, Here I Come; Nanci Griffith - Going Back to Georgia; I See Hawks in L.A. – Midnight in Orlando; Uncle Earl - Bony on the Isle of St. Helena

Band of Horses – Laredo; Lucinda Williams – Minneapolis; Otis Gibbs – Kansas City; Merle Haggard - Take Me Back to Tulsa; Kate Tucker & The Sons of Sweden – New Orleans; Butch Hancock - West Texas Waltz; Dixie Chicks – Lubbock or Leave It; Gretchen Peters & Tom Russell - Snowin' on Raton; Brother Dege – The Battle of New Orleans; Pete Seeger - Banks of the Ohio; Becky Schlegel – Cincinnati; Johnny Cash - The Road to Kaintuck; Sally Spring – Mentone, Alabama


30 juni 2010

Lonnie Donegan - Showcase (1956)


Het was niet de heupwiegende tieneridool Elvis Presley die halverwege de jaren '50 als eerste de Engelse muziekindustrie wakker schudde, maar een Schotse jazzinstrumentalist die al zeer snel bekend zou worden als de King of Skiffle. Deze Lonnie Donegan was al vanaf de vroegere jaren '50 actief in diverse jazzbands waarvan de Chris Barber's Jazz Band de meeste bekende was. Ten tijde van zijn lidmaatschap van de Ken Colyer's Jazzmen speelde Donegan samen met bandleden Ken Colyer en Chris Barber tijdens optredens "skiffle-breaks". Deze skiffle-breaks waren een idee van Ken Colyer's broer Bill en sloegen direct aan bij het publiek. Het duurde dan ook niet lang voordat Donegan zich compleet toelegde op het skiffle-werk en in 1955 een enorme hit scoorde met "Rock Island Line".

"Showcase" is het debuutalbum van Donegan als solo-artiest. Het album bevat covers van onder andere bluesgrootheden als Leadbelly ("I'm Alabammy Bound") en Leroy Carr ("How Long, How Long Blues") en countrylegende A.P. Carter ("Wabash Cannonball"). Donegan's karakteristieke folkblues stem doet bij tijd en wijle een zwarte blues shouter vermoeden en niet een blanke skiffle-speler uit Glasgow. In "Alabammy Bound" en de traditional "I Shall Not Be Moved" wordt zijn tenorstem perfect aangevuld door de basstem van gitarist Denny Wright. Tot 1962 was Donegan immens populair in het Verenigd Koninkrijk, maar door de opkomst van The Beatles en andere beatgroepen raakte hij al snel op de achtergrond.